Wat is profane religie?

19.05.2017

 Mind over Matter Still

Profane religie is godsdienst zonder God. Het gaat om de ervaring van een innige band met de wereld en met andere mensen buiten de maatschappelijke orde of wanorde om. Deze innige band komt tot stand door de al-eenheidservaring van de andere toestand. De andere toestand onderscheidt zich van de gewone toestand omdat het daarin niet gaat om het nuttige gebruik van dingen of om het tot stand brengen van relaties met het oog op het realiseren van doelen.

Het gaat om een vorm van spiritualiteit die teruggrijpt op middeleeuwse mystiek (Meister Eckhart) en die aan die mystiek een nieuwe, seculiere betekenis toekent. De andere ervaring is voor iedereen toegankelijk, maar laat zich niet vasthouden. Zij is maar van korte duur. Zij kan met name snel en gemakkelijk worden opgeroepen door de contemplatie van kunstwerken. Het is dus ook een esthetische theorie. Ieder kunstwerk kan volgens Musil de andere toestand oproepen. En dat geldt volgens hem ook voor films.

In dit blog wil ik Musils thesen onderzoeken en kijken of hij een uitweg biedt uit het vastgelopen Europese denken van de jaren twintig. Bovendien wil ik de proef op de som nemen door Musils stellingen over de andere toestand te confronteren met een kort geleden tot stand gekomen film van Marcel Wesdorp: Mind over Matter. Is het waar dat film toegang biedt tot de andere toestand en kan de kunst een voertuig zijn van profane religie? Ik zal Wesdorps film bekijken met deze vragen in het achterhoofd.

Twee citaten zijn voor dit blog leidend, het ene uit Der deutsche Mensch als Symptom, het tweede uit Ansätze zu neuer Ästhetik. Ik ben in mijn opzet geslaagd als de lezer aan het einde van mijn blogs deze beide citaten in hun context begrijpt en Musils boodschap over de betekenis van trance en roes (want daar gaat het om) in ieder geval plausibel vindt.

Het eerste citaat komt uit Der deutsche Mensch als Symptom. Ik zal het later vertalen en van commentaar voorzien:

“Es gibt einen Zustand des Menschen, welcher dem des Erkennens, Rechnens, Zweckens, Schätzens, Drückens, Begehrens und der niedrigen Angst als grundverschieden entgegengesetzt ist.

Er ist schwer zu bezeichnen.

In all den Bezeichnungen als Liebe, Güte, Irrationalität, Religiosität, die hier bekämpft wurden, steckt eine Seite der Wahrheit und für die volle Wahrheit steht heute kein Gedanke zur Verfügung.

Ich möchte es einfach den „anderen Zustand” nennen.

Im Gegensatz zu ihm erscheinen Denken und Begehren als eines.

Sucht man diesen Gegensatz nüchtern, denkend zu beschreiben, so möchte man den gewöhnlichen Zustand als eingeengt, zielstrebig bezeichnen; eine Strebe, eine dünne Linie verbindet den Menschen mit seinem Gegenstand und heftet sich an diesen wie an ihn bloß in einem Punkt, während das ganze andere Wesen unberührt davon bleibt; das gilt vom Erkennen wie vom Wollen und tatsächlich sind ja die beiden sehr oft als zwei Seiten des gleichen Übels gemeinsam verurteilt worden.” (P 1392)

Het tweede citaat komt uit Ansätze zu neuer Ästhetik. Bemerkungen über eine Dramaturgie des Films. Een Nederlandse vertaling vindt men in het tijdschrift Raster (A 14-15) (zie bibliografie op de pagina Over van dit blog). Ik zal later op dit fragment terugkomen, dan ook de Nederlandse vertaling citeren en het fragment van commentaar voorzien:

“[Man findet immer wieder] das Dastehn einer andern Welt, wie ein fester Meeresboden, von dem die unruhigen Fluten der gewöhnlichen zurückgetreten sind, und im Bilde dieser Welt gibt es weder Maß noch Genauigkeit, weder Zweck noch Ursache, gut und böse fallen einfach weg, ohne daß man sich ihrer zu überheben brauchte, und an Stelle aller dieser Beziehungen tritt ein geheimnisvoll schwellendes und ebbendes Zusammenfließen unseres Wesens mit dem der Dinge und anderen Menschen.

Dieser Zustand ist es, in dem das Bild jedes Gegenstandes nicht zum praktischen Ziel, sondern zu einem wortlosen Erlebnis wird, und die Beschreibungen vom symbolischen Gesicht der Dinge und ihrem Erwachen in der Stille des Bilds, die vorhin zitiert worden sind, gehören zweifellos in seinen Umkreis. Es ist ungemein interessant, auf dem Terrain des Films, das doch noch ein Spekulationsterrain im gemeinsten Sinn ist, schon die flüchtige Spur dieser Erlebnisse entdeckt zu sehn. Man würde sich irren, wollte man in der plötzlich erblickten Physiognomik der Dinge bloß die Überraschung durch das isolierte optische Erlebnis bemerken; die ist nur Mittel, es handelt sich auch da um die Sprengung des normalen Totalerlebnisses. Und diese ist ein Grundvermögen in jeder Kunst.” (P 1144-1145)

Hartelijk dank aan Marcel Wesdorp voor de vriendelijke toestemming stills uit zijn film Mind over Matter op te mogen nemen.

 

 

Advertenties

Welke tekst gebruik ik?

17.05.2017

Musils essay Der deutsche Mensch als Symptom is ten tijde van Musils leven niet gepubliceerd, maar was bestemd om opgenomen te worden in de Neue Rundschau (P 1845) Ik ken de tekst in drie versies. De eerste versie is de eerste druk. Zij werd gepubliceerd  door uitgeverij Rowohlt in 1967. Ik ken dit boek zelf niet, maar ik ken wel de gedigitaliseerde versie ervan door Polimnia Digital Editions (zie de bibliografie op de pagina Over bij dit weblog). Volgens het Musil-Handbuch (881) is deze uitgave bezorgd door Karl Corino, Elisabeth Albertsen en Karl Dinklage. Deze namen worden echter in de gedigitaliseerde versie niet genoemd. Hoewel er bij de digitalisering van de tekst nogal wat drukfouten zijn gemaakt, is deze tekst prima geschikt als eerste kennismaking of als eerste oriëntatie.

De tweede versie die ik ken staat in de tweede druk van Musils verzameld werk, bezorgd door Adolf Frisé. Frisé baseert zich op bovenstaande editie, maar voegt nogal wat tekst toe (het gaat vooral om fragmenten uit de ontwerpfase) en voorziet het geheel van verklarende noten. In dit blog verwijs ik naar deze editie omdat zij het meest verspreid en het gemakkelijkst toegankelijk is. Ik gebruik daarvoor de afkorting P (zie de bibliografie op de pagina Over bij dit weblog).

De derde versie is verreweg het meest interessant. Zij zal worden gepubliceerd onder redactie van Walter Fanta op de website www.musilonline.at en parallel als leestekst in boekvorm verschijnen bij Jung & Jung Verlag in Salzburg. Deze hybride editie heeft een wetenschappelijk karakter en maakt optimaal gebruik van de mogelijkheden van hypertekst. De essays zijn echter nog niet verschenen. Gelukkig was Professor Fanta zo vriendelijk mij zijn tekst ter beschikking te stellen. Graag dank ik hem daarvoor en voor zijn waardevolle tips en suggesties bij het schrijven van dit blog. Omdat deze tekst veel helderder en kernachtiger is dan de andere edities ben ik van plan hem in het Nederlands te vertalen. Ik kan echter nog niet zeggen wanneer.

Alle drie de edities hanteren dezelfde opbouw in acht paragrafen. Achtereenvolgens komen aan de orde: het probleem, de gestalteloosheid, de situatie van Musils generatie en de rol van de ideologie om te kunnen leven, de tijd van de feiten, feiten en kapitalisme, de tegenstanders van de feiten, en tot slot een paragraaf over profane religiositeit. Dat laatste thema houdt mij het meest bezig en is voor mij de drijfveer is om me met Musil bezig te houden. In deze laatste paragraaf staan belangrijke dingen over de andere toestand als kernbeleving van de profane religiositeit.

Met dank aan Marcel Wesdorp voor de vriendelijke toestemming stills uit Mind over Matter te mogen gebruiken.

Een raadselachtige titel

16.05.2017

Wanneer ik met mensen in mijn omgeving over Duitsers praat, dan valt mij op dat men hen vaak om dezelfde reden sympathiek of antipathiek vindt. Wat ik het meest over Duitsers hoor is dat zij voor alles argumenten willen geven en dat zij alles wat zij doen of laten willen rechtvaardigen. De Duitsers zijn de meesters van de legitimatie.

En daarom vallen zij op in Europa. En al naar gelang men van solide argumenten houdt, houdt men van de Duitsers en de Duitse taal of niet. De Duitse taal onderscheidt zich door haar hoge abstractieniveau, en is daarmee de taal van de grote denkers. Al naar gelang men van filosofie houdt, houdt men van de Duitse taal, – of niet. Feit is, dat in het Duits alles weldoordacht wordt. Je moet nadenken terwijl je je zinnen bouwt, en dat gaat weleens ten koste van de spontaniteit. Dat geeft afstand.

Zou Musil dit bedoelen als hij het heeft over de Duitse mens? Maar waar zou de Duitse mens dan een symptoom van zijn? Symptoom duidt toch op een ziekte? Is Musil een Illnes as Metaphor –man? Of speelt hij zich zoals Nietzsche op als arts van de cultuur?

Het is een raadselachtige titel voor een essay. Maar als je weet dat het in 1923 tot stand kwam (P 1353), dan krijg je toch een hint. Misschien gaat het in dit essay uit het interbellum wel over de trauma’s die men in de eerste Wereldoorlog heeft opgelopen, over de politieke onzekerheid van Europa in die dagen, over gebrek aan stabiliteit, en over de dictatuur van stalinisme en fascisme die hun schaduwen vooruit werpen?

Laten we met deze gedachten ten aanzien van de titel een eerste blik werpen op dit essay en kijken of een nauwgezette lectuur ons verder helpt die periode – en via die periode misschien ook wel ons zelf – beter te begrijpen.

Met dank aan Marcel Wesdorp voor de vriendelijke toestemming om stills uit zijn film Mind over Matter te mogen gebruiken.