Geestelijke organisatiepolitiek

24.07.2017

frame-1020---third-movement

Musil probeert in de jaren twintig de Eerste Wereldoorlog te begrijpen. Hij houdt zich aan de feiten, zweert de filosofie af, maar blijft toch dicht bij Nietzsche wanneer hij ziet dat de geschiedenis hem niet kan leren hoe het tot deze oorlog heeft kunnen komen, dat het nationalisme niets anders is dan een vlucht voor de waardenleegte en dat het historisme een vorm van nihilisme is.

frame-1158---fourth-mevement

Als ingenieur die vindt dat de psychologie een exacte wetenschap moet worden, valt hem op dat er geen wij is, maar dat het ware wij inhoudt dat wij niets voor elkaar betekenen (P 1070), dat een volk niets meer is dan de som van alle individuen, maar dat daar nog iets bij komt, namelijk de manier waarop zij zijn georganiseerd (P 1063). En precies daar ligt het zwakke punt: “De vraag op leven en dood luidt: geestelijke organisatiepolitiek.”(P 1058)

frame-1600---act-three

In zijn essay, Het hulpeloze Europa uit 1922, dat onlangs in het Nederlands werd vertaald en een prominente plaats kreeg in het jubileumnummer van Nexus, De terugkeer van Europa, diagnosticeert Musil een gebrek aan geestelijke organisatiepolitiek. De oorlog is gekomen omdat men niet werkelijk wilde nadenken en onvoldoende inzag hoe belangrijk ideologie voor het dagelijks leven is. (H 96; P 1089)

frame-1985-second-movement.jpg

Het ontbreekt niet alleen aan inzicht, het ontbreekt ook aan “maatschappelijke voorwaarden waaronder ideologische inspanningen überhaupt stabiliteit en diepgang krijgen.”(H 98; P 1091) Op het ogenblik – het lijkt wel alsof Musil over onze tijd praat in plaats van over honderd jaar geleden – op het ogenblik verwachten wij dat gewone mensen de moeilijkst ethische opgaven weten op te lossen. Maar de meeste mensen raken daardoor alleen maar van de wijs. Ook helpt het niet om ethische vraagstukken aan specialisten over te laten want dan verbreekt men de band tussen gewone mensen en het dagelijkse leven. Geestelijke organisatie betekent dat de band tussen de mensen en wat zij meemaken, en de gevoelens die bij het denken horen helder worden gearticuleerd en algemeen toegankelijk worden: “We hebben niet te veel verstand en te weinig ziel, we hebben te weinig verstand als het gaat om vragen van de ziel.” (H 99; P 1092)

frame-2005---first-take

Wanneer wij deze “grote ordeningsproblemen” (H 101; P 1094) willen leren oplossen, dan moeten wij durven inzien dat de moraal niet langer functioneert en dat zelfs de experts op dit terrein er niet meer in slagen op basis van een beperkte set regels alle praktische problemen op te lossen. Tegenover de moraal stelt Musil de ethiek. Het gaat hem om de ontwikkeling van een echte ethische ervaring, die weliswaar vergaande sociale gevolgen heeft maar op zich een exclusieve individuele aangelegenheid is, eerder iets asociaals. Die ervaring moet worden bloot gelegd en gestimuleerd. Musil zegt het in zijn Europa-essay niet zo duidelijk, maar hij bedoelt daarmee de andere toestand zoals hij door de kunst wordt opgewekt en in de profane religie zijn neerslag vindt.

frame-2460---act-four

Evenals in zijn roman De man zonder eigenschappen is Meister Eckhart voor Musil de leidsman om Europa uit de crisis te halen en de basis voor een nieuw denken te leggen. Musil citeert Eckhart: ”Ook in Christus school een uiterlijke en een innerlijke mens, en alles wat hij met betrekking tot uiterlijke dingen deed, deed hij van de uiterlijke mens uit, waarbij de innerlijke mens in onbeweeglijke afzondering aanwezig was.” (H 100; P 1093; Meister Eckhart: Predigten und Traktate II 448-451)

frame-2790---first-movement

Het is niet zo dat Musil bezig is een nieuwe oplossing voor een oud probleem te bedenken. Het enige dat Musil zegt is dat moraal bestaat uit regels die je kunt toepassen op situaties die steeds terugkeren en voorspelbaar zijn. Moraal is passé omdat er geen overeenstemming meer bestaat over de regels. Het is niet alleen onmogelijk geworden om consensus over de regels te verkrijgen. Ook de situaties zijn telkens anders. Hier merkt men duidelijk de impact van de Eerste Wereldoorlog. In vredestijd mag men niet doden, in oorlogstijd is men verplicht om te doden. Bovendien laat de oorlog zien dat beschaving maar een dun laagje vernis is en dat mensen tot de verschrikkelijkste dingen in staat zijn.

frame-2980---act-one

De ethische toestand die Musil als alternatief voor de moraal voorstaat lost dit probleem niet op, maar geeft wel een richting aan. Het gaat om een innerlijke houding die weliswaar gevolgen kan hebben voor de buitenwereld, maar die vanuit onmaatschappelijk  perspectief kijkt naar de maatschappij. Mensen krijgen met een zekere regelmaat gevoelens die er niet op gericht zijn de wereld te beheersen, zich door te zetten en anderen voor eigen doelen in te zetten, maar die ons in staat stellen met alles één te zijn, te zweven en in elkaar op te gaan. Verliefdheid is een voorbeeld, maar voor Musil is toch vooral de contemplatie van kunstwerken het voorbeeld bij uitstek.

frame-3178---act-one

Uit het Eckhartcitaat wordt duidelijk dat wat mensen innerlijk beweegt niet zomaar naar een maatschappelijke toestand kan worden vertaald. Er is op het eerste gezicht geen eenvoudige brug tussen “onbeweeglijke afzondering” en concrete situaties die als geestelijke organisatiepolitiek zou kunnen dienen. Maar er wordt wel zoiets als een politiek van de kunst of een op kunst gebaseerde politiek denkbaar zoals er ooit een politiek van de mystiek of een op mystiek gebaseerde politiek geweest is.

frame-3359---act-four

Profane religie oriënteert zich aan kunstwerken. Zij beseft maar al te goed hoe ver die van het dagelijkse leven afstaan, maar zij ziet ook de stemmingen waardoor zij actueel kunnen worden. Musil ziet hierin de enige uitweg om Europa van haar hulpeloosheid te bevrijden.

frame-3708---second-movement

Hartelijk dank aan Marcel Wesdorp voor de vriendelijke toestemming stills uit zijn film Mind over Matter op te mogen nemen.

Advertenties