De optische eenzaamheid van de dingen

02.07.2017 

Dit blog wordt verlucht met stills uit de film Mind over Matter van Marcel Wesdorp. Ik heb deze film bekeken en er notities over gemaakt met Musils gedachten over film en de andere toestand in het achterhoofd.

Musil schrijft over film in een essay uit 1925, Ansätze zu neuer Ästhetik. Samen met Der deutsche mensch als Symptom is dit het belangrijkste essay over de andere toestand. Aanleiding is het boek van Béla Balázs, Der sichtbare Mensch. Bedenk wel dat wij ons in de jaren twintig bevinden. Het gaat om stomme films. Ook de film van Wesdorp is stom, dat wil zeggen er zit wel muziek bij, maar er wordt niet gesproken. Gedeelten van Musils essay werden vertaald in het tijdschrift Raster. Zover mogelijk citeer ik deze vertaling (afkorting A), anders citeer, verwijs of vertaal ik weer naar Musils Prosa und kleine Stücke (afkorting P).

Naar een film kijken betekent dat je uit je evenwicht wordt gebracht en je bewustzijn van de werkelijkheid verandert (P 1140). Je wordt helemaal opgenomen in en vervuld door een andere wereld. Even neem je spontaan aan de wereld deel en lijkt de kloof tussen subject en object verdwenen (P 1141). Het gaat niet meer om het spreken en het organiseren van je leven door te spreken, maar je ziet de dingen in hun optische eenzaamheid. En dat kan omdat ieder ding wanneer het uit zijn context wordt gelicht correspondeert met een innerlijke toestand en een symbolische betekenis heeft (P 1142). Dat wil zeggen dat de film de andere toestand oproept:

“een andere wereld, als een vaste zeebodem waar de onrustige vloedgolven van de gewone wereld zich van hebben teruggetrokken, en in het beeld van deze wereld bestaat maat noch nauwkeurigheid, doel noch oorzaak; goed en kwaad vallen eenvoudig weg, zonder dat men zich aan ze hoeft te vertillen, en in plaats van al deze betrekkingen treedt een geheimzinnig aanzwellend en wegebbend samenvloeien van ons wezen met dat van de dingen en van de andere mensen.” (A 14, P 1144)

In de ogen van Musil is dit een fundamenteel vermogen van iedere kunst (A 15, P 1145). Men moet echter niet denken dat het denken wordt uitgeschakeld of dat het intellect een vijand is van deze beleving. Musil schaart zich niet onder het anti-intellectualisme van veel van zijn tijdgenoten. In iedere gewone handeling zit al veel intellect. Aan elke actie in het praktische leven liggen concepten ten grondslag die ons leven organiseren en structureren. Het is niet de bedoeling op te houden met denken of het verstand uit te schakelen. Maar de kunst schort dit mechanisme tijdelijk op. Dans is beweging zonder doel, de schilderkunst van de avant-garde leidt tot zien zonder voorwerp, en kunst in het algemeen tot doelloze schoonheid” (A 17, P 1147).

Musil richt zich dus tegen het anti-intellectualisme in de kunstbeschouwing. Het is niet zo dat je je verstand moet uitschakelen om creatief te kunnen zijn of om van kunst te kunnen genieten. En meer dan dat, ook kunst heeft woorden nodig om ons in vervoering te brengen en ons te helpen de andere toestand te bereiken. En daar is niets engs of gevaarlijks aan, want men gaat alleen maar op in de andere toestand

“om steeds weer in de normale toestand terug te vallen, en juist dit onderscheidt de kunst van de mystiek dat zij de aansluiting bij de gewone houding nooit helemaal verliest, ze verschijnt als een onzelfstandige toestand, als een brug die zich van de vaste grond wegwelft alsof ze in het denkbeeldige een landhoofd bezat.” (A 21-22, P 1154)

Het hoort tot de goede gewoonten van iedere kunstbeschouwing en van iedere hermeneutiek dat men zich bewust is van de kaders van waaruit men zich met beeldende en literaire kunst bezighoudt. Alleen als je weet van waaruit je kijkt en leest, kun je door te kijken en te lezen bewust je grenzen verleggen. In mijn geval laat ik me door Wesdorps film Mind over Matter raken in het kader van Musils meditatie over de andere toestand. Dit zijn de notities die ik tijdens het kijken heb gemaakt:

Aarde is beter af zonder ons.

Links opeens veel sneller.

Wat moet ik met de titel?

Camera heeft laatste mens overleefd.

Geen vruchtbaarheid; wel belofte.

Wat een prachtig blauwgrijs.

De gedachten van God voor de schepping (Schelling – Weltalter).

Rechts een afgrond – krater?

Sneeuw – mist – vruchtbaar – belofte?

09.27. Muziek maakt plotseling bewust van tijd; daarvoor alleen ruimte alsof camera buiten de tijd staat (God?).

Ja; inderdaad een krater.

10.50. Prachtige ruis, kosmische dynamiek, Timaeus, demiurg, wereldziel (= Mind over matter?) Mens jaloers op God. Wil zelf scheppen (Zambrano).

Delirium van de bergen.

Afgrond. De eenzaamheid van de camera.

Eenzaamheid? Maar er is toch geluid?

Heerlijk – die snelheid rechts.

Links soms heel erotisch – huid.

Op welke wijze wordt hier betekenis gegeven – en waaraan?

Rechts prachtig wit. De hemel?

Bijna Miesiaans. Vroeg ontwerp kantoortoren Berlijn.

Act 2. Welk bedrijf? Is het theater? Theater van de wreedheid?

Wauw! Roze! Opnieuw krachtige erotische uitstraling, versterkt door stilte.

33.25. Kosmisch geluid en Japanse muziek. Idyllisch. Piano. Twee witte schermen. Idylle aan verbeelding kijker overgelaten – wel muziek.

Fourth movement. Geen theater, maar symfonie. Mahler?

40.12. Krijg het benauwd. Verlangen naar zee. Voel me opgesloten, wanneer komt de zee nou?

In reactie op mijn notities tijdens het kijken, schreef Marcel Wesdorp mij: “Ja, ik voel mij kwetsbaar in en met dit werk en tot nu heeft geen enkel werk mij met zoveel vraagtekens achtergelaten. Zelfs de pianomuziek heb ik zelf gespeeld, terwijl ik nauwelijks piano kan spelen. De laatste movement waarin je het liefst naar de zee zou willen loop je over de grond van Groenland onder de ijskap.”

Hartelijk dank aan Marcel Wesdorp voor de vriendelijke toestemming stills uit zijn film Mind over Matter op te mogen nemen.

 

Advertenties